Portimão was lange tijd afhankelijk van de visserij, scheepsbouw en de conservenindustrie, maar staat tegenwoordig vooral bekend om zijn stranden en het racecircuit. In het zuiden van Portugal straalt de stad nog steeds, zonder dat de eigen ziel verloren is gegaan door het toerisme. Het milde klimaat en de indrukwekkende landschappen met rotsen en kliffen maken de hoofdstad van de regio Algarve tot een verrassende bestemming.
Elegantie als visitekaartje
De moderne hoogbouw is een teken van de ontwikkeling, maar ontdek Portimão vooral via het historische centrum. De architectuur heeft karakter, en dat zie je goed terug bij het stadhuis, gevestigd in het voormalige paleis van de burggraven van Bivar. Wandel door de geplaveide straatjes waar de huizen met twee verdiepingen, versierd met azulejos, keramische balustrades en smeedijzeren balkons, hun eigen verhaal vertellen. De stad was ooit een knooppunt voor internationale handel, totdat de aardbeving van 1755 roet in het eten gooide. Middeleeuwse gebouwen overleefden het grotendeels niet, al staan er nog enkele muurresten. Ook het majestueuze Jezuïetencollege leed onder de ramp, maar prijkt tegenwoordig weer op het Praça da República, elegant in zijn witte gevel met oranje accenten. De bijbehorende kerk, de grootste van de Algarve, steekt prachtig af tegen de blauwe lucht. Met dezelfde allure uit de 15e eeuw pronkt de smetteloze Igreja Matriz, die een gotisch portaal met vergulde kapitelen behoudt dat je echt moet zien.
Stranden onder de rotsen
Maak een tussenstop op het Praça Manuel Teixeira Gomes. Met zijn bestrating en waterpartij is dit de ideale plek om bij een kiosk een kop koffie te drinken en van het uitzicht te genieten. In de Jardim 1º Dezembro vind je de typische azulejos die, tussen de fonteinen en het groen, de geschiedenis van Portugal vertellen. Voor de historie van de stad zelf is het Musee de Portimão in een oude sardinefabriek een aanrader. Van de industrie tot Romeinse en Arabische overblijfselen: het is een boeiende plek. Over sardine gesproken: gegrild zijn ze nog steeds de ster van de kade. De lokale keuken is kleurrijk met gerechten als broodsoep met tomaat, zeevruchten, visstoofpot, rijst met scheermessen en maismie met worst. Amandelen en vijgen komen samen in morgados en bolas de ovo, de zoete lekkernijen waar de stad trots op is.
Voordat je de stranden opzoekt, biedt het 17e-eeuwse fort Fortaleza de Santa Catarina de Ribamar een van de mooiste uitzichten. De villa en de kapel op de rots zijn prachtig en via een wenteltrap bereik je de jachthaven en het strand van Praia da Rocha. Beschut door kliffen en rotsen is dit illustere zandstrand de grootste en drukst bezochte plek. Het is een badplaats die dag en nacht leeft en het hele gezin vermaakt. De grotten van Praia do Três Castelos zijn uitdagender om te bereiken, terwijl het intieme strand dos Careanos op 2 km afstand een rustiger alternatief biedt. De boulevard is een van de mooiste wandelingen, van de Ribeirinha met zijn palmbomen tot de dokken bij de Praça de Bivar. De kades zijn schitterend en in de avond is het hier uitstekend vertoeven.
Hoe kom je er
De dichtstbijzijnde luchthaven is die van Faro, op 2,5 uur rijden. Vanaf Lissabon is het 4 uur rijden. Als je voor die laatste optie kiest, kun je ook de trein nemen; het station ligt midden in de stad. Vanuit Nederland of België is het een flinke rit van zo'n 1.900 km, maar met het uitstekende wegennet door Spanje is de reis met de auto goed te doen.