Fontainebleau, waar koningen Versailles kwamen vergeten
Napoleon noemde het "de ware verblijfplaats van de koningen". Dat was geen vleierij, maar een bekentenis. Terwijl Versailles pronkte voor de rest van Europa, trokken de Franse vorsten zich hier terug om te jagen, op adem te komen en simpelweg te leven.
Gedurende acht eeuwen hebben vierendertig koningen en twee keizers in deze ruimtes geslapen. In tegenstelling tot zijn rivaal bij Parijs, heeft het kasteel van Fontainebleau vrijwel al zijn oorspronkelijke meubilair behouden. Het is wellicht de enige plek in Frankrijk waar je jezelf in gedachten in de stoel van Frans I kunt wanen en uit hetzelfde raam kunt kijken als hij destijds deed.
Fontainebleau, het anti-Versailles voor de kritische reiziger
Als je op zoek bent naar overweldigende pracht en eindeloze wachtrijen, kun je beter verder kijken. Fontainebleau is voor de nieuwsgierigen die de voorkeur geven aan intimiteit boven spektakel. Geschiedenisliefhebbers vinden hier een dichtheid aan meubels en decoraties die het Versailles van na de Franse Revolutie niet meer kan bieden. Klimmers van over de hele wereld komen naar de bossen, die wereldwijd worden beschouwd als het mekka voor boulderen.
Gezinnen met zeer jonge kinderen kunnen zich echter gaan vervelen, want het kasteel vraagt om concentratie en het bos vereist goede wandelschoenen. De stad zelf is rustig en burgerlijk. Voor een avond uit ben je in Parijs beter op je plek.
Een redelijk budget voor de regio Parijs
Reken op 13 euro voor een toegangskaartje tot het kasteel, wat gratis is voor inwoners van de EU onder de 26 jaar. Een overnachting in een 3-sterrenhotel begint rond de 90 euro, een volledige maaltijd kost tussen de 25 en 40 euro. De reis vanaf Parijs kost 16 euro (retour), of niets als je een pass Navigo hebt.
Het kasteel: acht eeuwen in 1.500 kamers
Het château de Fontainebleau, sinds 1981 UNESCO-werelderfgoed, verrast door zijn enorme omvang. Van perfecte symmetrie is hier geen sprake: iedere koning voegde zijn eigen vleugel, stijl en grillen toe. Het resultaat leest als een geschiedenisboek van de architectuur, waar middeleeuwse invloeden, de renaissance en klassieke stijlen elkaar afwisselen.
De Galerie François Ier is de reis al waard. De maniëristische fresco's, in de 16e eeuw gemaakt door Italiaanse kunstenaars, hebben de Franse decoratiekunst een eeuw lang beïnvloed. Iets verderop contrasteren de onlangs gerestaureerde appartementen van Napoleon III met hun drukke, maar fascinerende Second Empire-stijl. Het Musée Napoléon Ier toont uniformen, zwaarden en zelfs het bidet van de keizer.
Tip van een insider: reserveer je tickets de dag van tevoren online. Het kasteel is op dinsdag gesloten. Om het Théâtre Impérial en het Boudoir turc van Marie-Antoinette te zien, moet je verplicht een rondleiding boeken via de officiële website.
De tuinen: Le Nôtre voor Versailles
Het Grand Parterre, ontworpen door André Le Nôtre voordat hij aan Versailles begon, beslaat 35 hectare. Het is de grootste Franse tuin van Europa. De gesnoeide buxussen, vijvers en oneindige zichtlijnen vragen om minstens een uur flaneren.
De Étang aux Carpes, direct achter het kasteel, biedt een verrassende activiteit: roeibootjes huren. Je kunt er ook een Berthillon-ijsje eten terwijl je naar de eeuwenoude karpers kijkt. De Jardin Anglais, met zijn exotische planten en kronkelende paden, vormt een rustgevend contrast met de geometrische strengheid van het parterre.
Het bos: 25.000 hectare vrijheid
Het forêt de Fontainebleau, door UNESCO aangewezen als biosfeerreservaat, is een van de meest gevarieerde bossen van Frankrijk. Eeuwenoude eiken, dennen, poelen, rotsformaties en zandige open plekken zorgen voor een landschap dat elke kilometer verandert. Het is het geliefde speelterrein voor boulderaars van over de hele wereld, met meer dan 30.000 routes verspreid over 200 sectoren.
Voor wandelaars biedt het pad door de Gorges de Franchard een route van 6 km die voor iedereen toegankelijk is, met spectaculaire rotsformaties en onderweg een kluizenarij. Geoefende wandelaars wagen zich aan het Circuit des 25 Bosses, een tocht van 14 km met technische klimmetjes en afdalingen. De Tour Denecourt, gebouwd in de 19e eeuw, biedt bij helder weer een uitzicht tot aan Parijs.
Boulderen: een wereldwijde pelgrimstocht
De sectoren Bas Cuvier, Apremont, Franchard en Trois-Pignons verwelkomen jaarlijks duizenden klimmers. Het systeem van gekleurde routes, hier uitgevonden in 1908, helpt beoefenaars van elk niveau: geel voor beginners, oranje en blauw voor gevorderden, rood en zwart voor experts. De rots van de Éléphant, nabij La Chapelle-la-Reine, is het meest gefotografeerde rotsblok van het bos.
Tip van een insider: huur je crashpads bij Karma of S'Cape in Fontainebleau. Plan je bezoek in de herfst voor de beste grip op de zandsteen. De lokale klimmers gebruiken nog steeds "pof", een traditioneel zakje met hars, in plaats van magnesium.
Barbizon, de bakermat van de impressionisten
Op tien minuten rijden ligt het dorp Barbizon, waar de gelijknamige schilderschool ontstond, de voorloper van het impressionisme. Corot, Millet en Rosa Bonheur woonden en werkten hier. De Auberge Ganne, nu een museum, bewaart nog steeds de fresco's en graffiti die deze kunstenaars op de muren van hun kamers achterlieten. De hoofdstraat, vol galeries en ateliers, heeft een bohemienachtige charme die Fontainebleau zelf is verloren.
Waar kun je eten en drinken in Fontainebleau?
De stad heeft een paar adressen die een omweg waard zijn. Frédéric Cassel, Meilleur Ouvrier de France, opende zijn patisserie in 1994: zijn eigen interpretaties van Franse klassiekers zijn de perfecte zoete pauze. Voor een lunch in het kasteel zelf biedt Les Petites Bouches de l'Empereur een buffet met uitzicht op de Étang aux Carpes. De Caveau des Ducs, gevestigd in 17e-eeuwse gewelfde kelders aan de rue Ferrare, serveert verfijnde gerechten.
Wandelaars en klimmers komen samen bij La Dame Jouanne, een rustieke herberg midden in het bos waar je Parijzenaars in laarzen en klimmers onder het magnesium ziet zitten. De markt van Fontainebleau, op zaterdagochtend op de place de la République, staat bekend als een van de beste in de regio voor lokale producten.
Waar kun je overnachten in en rond Fontainebleau?
Hôtel L'Aigle Noir, tegenover het kasteel, ademt een Empire-sfeer met zijn themakamers. Het modernere La Demeure du Parc is een 4-sterrenhotel op een steenworp afstand van de tuinen. Voor een kleiner budget is het Ibis Château de Fontainebleau een uitstekend gelegen optie.
Klimmers geven vaak de voorkeur aan gîtes rond Milly-la-Forêt of de camping La Musardière, die van februari tot november geopend is en dicht bij de bouldergebieden ligt. Verschillende lokale eigenaren verhuren crashpads bij hun accommodatie.
Hoe bereik je Fontainebleau en hoe verplaats je je er?
Neem vanuit Paris de trein vanaf Gare de Lyon richting Montargis, Montereau of Laroche-Migennes. Stap na 40 minuten uit bij Fontainebleau-Avon. De pass Navigo is geldig op dit traject. Voor het station vertrekt buslijn 1 die je in 10 minuten naar het kasteel brengt.
Met de auto duurt de rit vanaf Parijs ongeveer 1 uur en 10 minuten via de A6, neem de afslag Fontainebleau. Let op de files op zondagavond: vertrek voor 15:00 uur of blijf dineren in de stad. Het centrum is goed te voet te verkennen, maar een auto is onmisbaar om het bos te ontdekken. Elektrische fietsen zijn te huur bij Blow Cycles bij het station of Velectrik Moov in het centrum, vanaf 39 euro voor een dagdeel.
Wanneer kun je het beste gaan?
Het voorjaar en het najaar bieden de beste omstandigheden: milde temperaturen, ideaal licht voor het bos en perfecte frictie op de zandsteen voor klimmers. De zomer is prima voor een bezoek aan het kasteel, maar de hitte maakt wandelen in het bos zwaar. In juli brengt het Festival des American Art Schools concerten en tentoonstellingen naar het kasteel.
Deze stad is vanuit Parijs lekker snel bereikbaar en biedt een mooie bestemming voor een dagje uit. Het interieur van het kasteel is prachtig en in het bos vind je talloze wandelroutes, allemaal goed aangegeven en met verschillende moeilijkheidsgraden. Tijdens corona was dit voor mij echt een heerlijke plek om even de natuur in te gaan. Het stadscentrum is ook erg fijn om wat rond te struinen langs de etalages of om op een terrasje wat te drinken. Ik kan je ook het brandweermuseum aanraden, het is niet altijd open maar wel super interessant.