Brussel heeft voor mij een enorm voordeel: het combineert twee van mijn passies. Zo vind ik er een zeer sterke expressie van de art-nouveaustijl, en daarnaast herbergt Brussel het stripmuseum en, vlakbij, het Hergé-museum, de geestelijk vader van de avonturen van Kuifje.
Als je, net als ik, van beide houdt, of zelfs maar van één van de twee, dan kijkt de Belgische hoofdstad zijn ogen uit!
Voor de anderen: een korte opfrisser, beginnend bij de architectuur voordat we het over de negende kunst hebben. De architecturale stroming art nouveau ontstond aan het einde van de 19e eeuw (rond 1890) en eindigde rond 1920, toen het plaatsmaakte voor wat we art deco noemen. Art nouveau kenmerkt zich door een afkeer van industrialisatie en het gebrek aan ziel dat ermee gepaard ging, waarbij stijlen eerder werden gekopieerd dan dat er iets levends werd gecreëerd. Architecten (maar ook glazeniers, meubelmakers, juweliers, enz.) gaven daarom de voorkeur aan gebogen lijnen die deden denken aan de natuur en die haar haar rechtmatige plek in de stad terug gaven, om zo een ware leefwereld voor de bewoners te creëren. In Parijs blijven de metrostations van Hector Guimard het beste voorbeeld, naast enkele herenhuizen en vele brasseries, ook al werden ze niet tijdens het absolute hoogtepunt van deze kunststroming gebouwd.
![]()
Wereldwijd, en zelfs in Frankrijk, ontstonden er verschillende scholen (met name in Nancy). Zo verschenen er specifieke uitingen van deze beweging in Europa, onder meer in Wenen, Glasgow, Barcelona of… Brussel.
In Brussel was het de Belgische architect Victor Horta die de beweging op gang bracht door vanaf 1892 onder meer Hôtel Tassel aan de Rue Faider 6 te creëren. Dit gebouw werd in 2000 door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed en symboliseert de "eerste wereldwijde synthese op architectonisch gebied". Helaas is het niet te bezoeken, maar je kunt er in ieder geval bij wegdromen terwijl je de gevel bewondert.
Geen zorgen: er bestaat een Hortamuseum! Het is gevestigd in het woonhuis en atelier van de architect aan de Amerikaansestraat 23/25. Victor Horta werd vervolgens gevolgd door andere Belgische architecten, zoals Paul Hankar, Henry Van de Velde, Paul Cauchie, Philippe Wolfers en Privat Livemont.
Voor liefhebbers bieden sommige touroperators tegenwoordig een art-nouveau-rondleiding in Brussel aan. Maar als je niet bang bent om een stukje te wandelen, of eventueel een deelfiets te pakken voor de plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, heb je alle vrijheid om je eigen route samen te stellen. Kijk gewoon even op internet en je krijgt een overzicht van de bouwwerken uit die tijd. Je moet er alleen wel rekening mee houden dat je soms het centrum van Brussel uit moet, omdat sommige panden in de nabije rand liggen. Maar eerlijk gezegd is het de moeite waard. Veel van deze huizen zijn niet open voor publiek, maar niets houdt je tegen om even voor de gevels stil te staan; de bewoners zijn dat wel gewend.
![]()
![]()
![]()
Brussel biedt dus aardig wat art-nouveaumonumenten die je al dan niet kunt bezoeken. Ik deel hier wat ik tijdens mijn omzwervingen heb gezien, maar er zijn er nog veel meer:
- Huis Roosenboom, gelegen nabij Hôtel Tassel op Rue Faider 83,
- Hôtel Solvay aan de Louizalaan 224,
- Hôtel van Eetvelde aan de Palmerstonlaan 4,
- Hôtel Hannon aan de Verbindingslaan 1,
- Winkel Niguet aan de Koningsstraat 13,
- het warenhuis Old England op de hoek van het Koningsplein en de Hofberg, dat tegenwoordig het Muziekinstrumentenmuseum is met een prachtig terras,
- Hôtel Otlet aan de Livornostraat 48,
- Hôtel Deprez-Van de Velde aan de Palmerstonlaan 3,
- het huis van Paul Hankar aan de Defacqzstraat 71,
- het huis van Paul Cauchie nabij het Jubelpark aan de Frankenlaan 5 in Etterbeek (nu een museum en toegankelijk voor het publiek in het eerste weekend van elke maand of op afspraak voor groepen),
- het herenhuis Saint-Cyr aan de Ambiorixsquare 11,
- huis Les Hiboux op nummer 55 van de Brugmannlaan en het atelier van beeldhouwer Dubois op nummer 80 van dezelfde laan,
- de Waucquez-warenhuizen, tegenwoordig het Belgisch Stripcentrum, gelegen aan de Zandstraat 20, waar op de begane grond een ruimte is gewijd aan Victor Horta.
Ik vergeet er vast nog een paar… Je hoeft alleen maar met open ogen rond te lopen om bij toeval op een van deze panden te stuiten. Helaas zijn veel van deze creaties na het afnemen van de art-nouveau-rage simpelweg met de grond gelijkgemaakt. Tegenwoordig verdedigen de stad Brussel en diverse bewonersverenigingen dit erfgoed, met name tegen projectontwikkelaars.
En dat is voor mij het perfecte bruggetje: het Belgisch Stripmuseum herbergt namelijk een collectie die volledig in het teken staat van Hergé, de geestelijk vader van Kuifje!
![]()
Goed, ook hier even een korte samenvatting: Hergé, wiens echte naam Georges Rémi was, werd in 1907 geboren in Etterbeek, een gemeente vlak bij Brussel-Stad. Al op jonge leeftijd toonde hij een groot tekentalent en in 1929 creëerde hij in de pagina's van het kindersupplement "Le Petit Vingtième" het personage Kuifje, reporter bij "Le Vingtième Siècle". Als uitvinder van de "klare lijn" boekte hij al snel succes en werd het kuifje-figuurtje razendsnel populair. Zijn roem reikte al gauw tot ver buiten de Belgische grenzen. De vader van Kuifje wordt zelfs beschouwd als degene die het stripverhaal in Europa op de kaart heeft gezet. Hij werd later gevolgd door andere auteurs die door hem werden beïnvloed en die de faam van de Belgische school zouden vestigen. Velen beschouwen Hergé als de man die de strip naar het niveau van kunst heeft getild (de negende kunst, zoals men zegt) en het de nodige erkenning gaf. Hergé publiceerde 23 Kuifje-avonturen, plus een onvoltooid postuum werk: Kuifje en de Alfa-Art. Hij was ook betrokken bij tal van andere projecten en creëerde andere reeksen (zoals Jo, Suus en Jokko of Quick en Flupke). Hij waagde zich, met wisselend succes, aan de filmwereld door toestemming te geven voor of mee te werken aan de verfilmingen van sommige van zijn werken. Zijn beroemdheid was zo groot dat generaal De Gaulle zelfs tegen André Malraux zei: "Mijn enige internationale rivaal is Kuifje". Hergé overleed in 1983 aan de gevolgen van leukemie en kreeg een groots eerbetoon van de gehele internationale gemeenschap.
Terug naar het Belgisch Stripmuseum. Je vindt er leuke zalen over het werk van Hergé, de beroemde replica van de maanraket en genoeg materiaal om scènes uit de avonturen van Kuifje opnieuw te beleven.
![]()
Zodra je bezoek erop zit, begeef je dan naar de Kuifje-boetiek op de Heuvelstraat 13, vlak bij de Grote Markt. Je vindt er alle onmisbare artikelen (beeldjes, spellen, kleding) en natuurlijk de albums. Er zijn zelfs enkele exclusieve items te koop die nergens anders verkrijgbaar zijn! Ik heb er bijvoorbeeld de vierkante albums van France Loisirs voor de edities van Moulinsart op de kop getikt, die tegenwoordig alleen nog online te vinden zijn voor soms belachelijke prijzen.
Eenmaal met je armen vol aankopen kun je weer op pad in Brussel, in de voetsporen van Kuifje. Als je even rondsurft, vind je genoeg inspiratie voor een wandeling waarmee je weer helemaal in de sfeer van de albums van Hergé komt (kijk bijvoorbeeld op: http://maps.google.be/maps/user?uid=201677403464380647352&hl=fr&gl=be&ptab=2 of http://www.bruxelles-tourisme.be/contenus/parcours_tintin_a_bruxelles/fr/3801.html). Zo vind je in de gemeente Ukkel, bij het cultureel centrum, een bronzen standbeeld van Kuifje en Bobbie dat voorheen in het Wolvendaelpark stond. Het is ook mogelijk om langs gevels van hotels of straten te lopen die in de albums zijn afgebeeld en die dus als inspiratie dienden voor de auteur. Je kunt ook door de stad dwalen en langs het voormalige hoofdkantoor van Editions du Lombard en het weekblad Kuifje aan de Lombardstraat 55 lopen. En als je je weg vervolgt, kom je bij het Baraplein het Kuifje-gebouw tegen, waar nog steeds het uithangbord met de held en zijn trouwe Bobbie prijkt.
![]()
Maar dat is nog niet alles: in de Stoofstraat zul je met veel plezier stuiten op een afbeelding uit de avonturen van de beroemde reporter:
![]()
Kortom, je zult genoeg vinden om je route mee op te fleuren.
Voor iedereen die een echte liefhebber is en gemotiveerd door het werk van Hergé: je kunt België niet verlaten zonder een bezoek te brengen aan het gloednieuwe Hergé-museum in Louvain-la-Neuve, in de Brusselse rand. Het gebouw heeft een uitzonderlijk ontwerp en is sinds juni 2009 het hele jaar door geopend van dinsdag tot en met zondag, met variabele openingstijden per dag. Uiteraard kun je alle informatie vinden op de officiële website van het museum: http://www.museeherge.com/
Voor degenen die, net als ik, geen auto ter plaatse hebben en er ook geen willen huren: geen paniek! Het museum en de stad Brussel hebben de handen ineengeslagen om een betaalde pendeldienst aan te bieden voor Kuifje-fans. Deze verzorgt de verbinding tussen Brussel en Louvain. Het is ook mogelijk om met de trein te gaan, maar dat vereist overstappen die, ik geef het toe, nogal ontmoedigend zijn...
Hoe dan ook, de ruimte waar de werken van Hergé worden tentoongesteld is simpelweg prachtig! Het heeft jaren geduurd voordat het gebouw uit de grond gestampt kon worden, maar het resultaat mag er wezen. Het is educatief genoeg zodat iedereen, jong en oud, liefhebber of niet van de avonturen van Kuifje en Bobbie, zich kan vermaken en er gemakkelijk een halve dag kan doorbrengen. Wie wat minder tijd heeft, kan het bezoek in zo'n 2 uur afleggen, denk ik. Het is ook de moeite waard om te vermelden dat je het museum kunt bezoeken met een audiogids; die is erg goed gemaakt en, ik hoop het tenminste, nog steeds gratis! Dat is tegenwoordig zeldzaam genoeg om even te benoemen. Hoewel het personage Kuifje alomtegenwoordig is, wordt er niet alleen aandacht aan hem besteed: je kunt er vrijwel alle producties van Hergé bewonderen.
Een restaurant, waarvan het interieur is geïnspireerd op een krant als Le Petit Vingtième en vol hangt met fragmenten van de covers, biedt een heerlijke plek voor een pauze. En natuurlijk kun je niet vertrekken zonder langs de winkel te gaan, die zo ongeveer alles verkoopt wat er over het werk van Hergé te vinden is. Puristen hadden misschien gehoopt op zeldzame uitgaven, maar zij zullen toch echt online of via officiële veilingen op zoek moeten gaan naar koopjes, mits hun portemonnee dat toelaat: de winkel biedt vooral de modernere uitgaven aan. Toch is het nog steeds mogelijk om boeken te vinden over zijn werk of de interpretatie ervan die ik zelfs als doorgewinterde kuifjeliefhebber nog niet kende!
Wat de logistiek betreft moet ik echter eerlijk zijn: als je de reis puur voor het museum maakt en in de buurt wilt overnachten, let dan goed op. De enige twee hotels (misschien zijn er inmiddels meer) die in de nabijheid liggen, zijn naar mijn mening aan de prijzige kant voor het comfort dat ze bieden. Het moet gezegd worden dat het museum ook conferenties en congressen organiseert, waardoor de hotels de neiging hebben om de prijzen op te schroeven. Bovendien lijkt twee dagen voor een bezoek me wat aan de lange kant voor wat er te zien is.
Na mijn bezoek keerde ik terug naar de Belgische hoofdstad waar, dat moet ik toegeven, een culinaire pauze onvermijdelijk was. En in dat opzicht is Brussel ideaal om de honger te stillen. Ik heb me volgegeten met speculoos met de beeltenis van... Kuifje. Zo zie je maar, commercie is overal!
Concluderend: wie wint er in Brussel, Kuifje of Horta..? Mijn hart twijfelt nog steeds. De twee activiteiten vullen elkaar zo goed aan, net als in het Belgisch Stripcentrum, dat het me uiteindelijk zinloos lijkt om te kiezen!
NB: voor wie dat wil, bekijk ook mijn andere bericht over Brussel…
Reacties (0)
Nog geen reacties. Wees de eerste!