Een last-minute aanbieding
Ik had er eigenlijk nooit echt aan gedacht om op vakantie naar Wenen te gaan. Maar toen deed zich de kans voor om er een lang weekend naartoe te gaan. Tijdens het surfen op het web vond ik een last-minute reis voor een "bodemprijs", zoals de advertentie beloofde. Gezien die prijs ben ik dus maar richting Oostenrijk vertrokken.
Ik kwam terecht in een prachtig 4-sterrenhotel in het dertiende district (ze hebben er daar drieëntwintig!!). De kamer was ruim, comfortabel en smaakvol ingericht. De badkamer had een groot bad en het bed was een echt tweepersoonsbed: puur geluk! En als kers op de taart: alles was brandschoon. Je kunt hier je hotelonderzoek voor Wenen doen. Dat deed me goed, zeker na mijn vorige reis naar Griekenland, drie maanden eerder, waar ik in een 3-sterrenhotel belandde dat door de schoonmaakdienst vergeten leek te zijn... Misschien vertel ik je die ellende nog wel eens in een ander blogbericht...
Kortom, je begrijpt wel dat Wenen al snel als een sympathieke stad op me overkwam. Ik moet zeggen dat ik vanaf het vliegveld al onder de indruk was van de netheid van de stad.
Het hotelpersoneel was charmant en erg attent. Wel is het handig als je een beetje Engels spreekt, want Frans wordt er nauwelijks gesproken. Het allerbeste is natuurlijk Duits, aangezien het Oostenrijks daar erg op lijkt, op een paar woorden na. Helaas voor mij zaten mijn lessen Duits te ver in mijn geheugen begraven om nog nuttig te zijn... Dus dan maar in het Engels!
Eenmaal mijn koffers gedropt, mijn pak opgehangen om kreukels te voorkomen (ik zal je later uitleggen waarom ik dat bij me had) en opgefrist door een lekkere douche, verliet ik het hotel om het hart van Wenen te verkennen.
Dag 1
Eerste indrukken: Wenen, een schone en rustige stad

Om je te verplaatsen is er niets makkelijker dan de tram. Het is de ideale manier om snel de stad te bewonderen. En wat voor een stad! Ik keek mijn ogen uit. Stel je voor: gebouwen in de puurste Oostenrijks-Hongaarse stijl die indruk maken door hun enorme omvang. Ik voelde me er heel klein. Hoewel het geen wolkenkrabbers zijn, stralen deze stenen een ongelooflijke kracht en een verontrustende sereniteit uit. Ik had zelfs het gevoel dat ik de geschiedenis van het land indook, dankzij deze gebouwen die aanvoelden als een groot openluchtboek.
De stenen gevels hadden brede en hoge ramen. Er was weinig opsmuk aan de gebouwen, wat precies overeenkwam met hoe ik me de Oostenrijkse stijl voorstelde: nobel, krachtig en sober. Het enige unieke aan elk pand was de kleur, in over het algemeen vrij zachte tinten.
De lanen en trottoirs waren breed, de straten kaarsrecht en nergens een papiertje of kauwgom op de grond. En de mensen, mijn hemel, de mensen! Vriendelijk, glimlachend, respectvol naar anderen... Toen wist ik het zeker: ik had Frankrijk echt achter me gelaten!
Er ging een gevoel van veiligheid uit van deze stad dat erg prettig was. Met een licht gemoed besloot ik me in het avontuur te storten en de stad te ontdekken die me met open armen leek te ontvangen.
Viennoiseries en gebak in Café Central

Omdat ik van nature toch een beetje georganiseerd ben, sloeg ik mijn hoofdkwartier op in een café waar ik mijn eerste... Wiener Melange bestelde, geserveerd met het traditionele glas water! Omdat ik niet chauvinistisch ben, had ik zelfs om een croissant kunnen vragen, maar ik had niet genoeg trek. Terwijl ik met de ober sprak, bevestigde hij dat de viennoiseries en in het bijzonder de croissant inderdaad uit deze stad komen: volgens hem zouden de Weense bakkers, toen de stad belegerd werd door de Ottomanen, alarm hebben geslagen voor een dreigende aanval, waardoor deze kon worden afgeslagen. Ter herinnering aan deze overwinning en hun bijdrage, zouden ze daarna dit gebakje in de vorm van een halve maan hebben gemaakt, het embleem van de vijandelijke troepen. Ik weet niet of dit een waargebeurd verhaal is of een mooi toeristisch legende (het internet lijkt het te bevestigen...).
Om in de sfeer van lekker eten te blijven, wil ik je vertellen over mijn andere culinaire ervaringen van het weekend. Ik ging langs bij het beroemde Café Central. Let op: het is er de hele dag druk. Ik moest even wachten voordat ik kon zitten en bestellen, watertandend bij wat ik op de borden van mijn buren zag... Het duurde niet lang voordat er een heerlijk romig stuk taart voor mijn neus stond, waarvan ik helaas de naam ben vergeten. Vanaf de eerste hap smolten mijn smaakpapillen van genot! Dus ja, oké, het is niet echt dieetvriendelijk... Maar goed, ik had flink rondgelopen en was van plan dat de rest van het verblijf ook te doen, dus ach, toch?
Sachertorte in Hotel Sacher

Deze heerlijke pauze bracht me op een idee voor mijn to-do lijst: een bezoek aan het café van het hotel Sacher! Aan het einde van de dag kon ik de verleiding niet weerstaan. Toen ik voor het prachtige pand stond, met de vlaggen wapperend in de wind, stapte ik naar binnen in deze tempel van de Weense gastronomie (en dat meen ik!). Alles is er werkelijk schitterend en lijkt met één doel ontworpen: je een moment buiten de tijd bezorgen, een moment van pure gratie. De obers zijn vriendelijk en hoffelijk; ze behandelen je met respect zonder dat het overdreven aanvoelt. Daardoor voel je je al snel helemaal op je gemak. En dan komt eindelijk het langverwachte moment waarop je een punt van de beroemde Sachertorte kunt bestellen.
De wachttijd is meer dan genoeg om het water in je mond te laten lopen terwijl je een blik werpt in de prachtige koelvitrines waar de taart staat uitgestald. En dan, eindelijk, is het zover! Een mooi stuk van deze chocoladetaart, gevuld met abrikozenjam, wordt op je bord geserveerd. Een traktatie! En een absolute must als je in Wenen bent.
Puristen (en fijnproevers) willen misschien ook de grote rivaal van de Sachertorte proeven: die wordt geserveerd in het café Demel. Beide zaken claimen de uitvinding van dit goddelijke dessert, waarbij Café Demel er prat op gaat dat de keizerlijke familie er kind aan huis was.
De monumenten in het centrum van Wenen
Om terug te komen op mijn verkenningstocht door de stad: met mijn kaart uitgevouwen op tafel, stevig op zijn plek gehouden door mijn kopje koffie en mijn telefoon (ik zat op een terras), vergeleek ik wat ik zag met wat er op de kaart en in mijn reisgids stond. Ik zei toch dat ik georganiseerd was? Zo stippelde ik mijn route uit en ging ik op pad.
Het stadhuis (Rathaus)

Ik begon met een wandeling rond het plein bij het stadhuis van Wenen (Rathaus), voordat ik in de buurt een ander plein ontdekte dat mijn vaste uitvalsbasis zou worden. Ik vond er alles wat ik nodig had: een plek om even uit te rusten, wat te drinken, een hapje te eten... Kortom, alles wat een arme Franse stedeling nodig heeft om te overleven in de Oostenrijkse jungle. Het plein was erg levendig en vormde een mooi contrast met de rest van de stad, waar het een stuk rustiger was.
Karelskerk (Karlskirche)

Ik bezocht de Karelskerk, op zo'n twintig minuten lopen van het Rathaus. Bij de ingang kun je voor 8€ toegang krijgen tot de trap die je naar een terras leidt met een prachtig uitzicht over de stad, evenals een terras met uitzicht op het orgel en vooral de enorme fresco's in de koepel. De schilderingen en het barokke decor van marmer zijn schitterend. De afmetingen zijn spectaculair; de koepel bereikt een hoogte van 72 meter.
Andere bezienswaardigheden: een interactieve maquette van de kerk, een schatkamer met religieuze voorwerpen van edelmetaal en luxueuze gewaden van voormalige bisschoppen. Tot slot daal je weer af naar de begane grond, waar je de altaren en kapellen van dichtbij kunt bekijken en een duizelingwekkend uitzicht op de koepel hebt.
Dag 2
Het Belvedere en Schönbrunn, 2 hoogtepunten

De volgende dag vervolgde ik mijn toeristische uitstapje richting het Belvedere-paleis. Naast de simpelweg schitterende architectuur is het mogelijk om tegen betaling de collectie van Gustav Klimt te bezoeken. Dit enorme paleis, gebouwd in de 18e eeuw en ingericht in barokstijl, beschikt over tuinen en een museum voor Oostenrijkse kunst in het Boven-Belvedere.
Nu hoefde ik alleen nog mijn laatste bezoek voor te bereiden, gewijd aan het paleis van Schönbrunn, gelegen in het dertiende district van de stad. Maar het bezoek aan deze plek verdient op zichzelf al een apart artikel.
Avond in de opera
Tijdens mijn wandelingen door het stadscentrum was ik nogal verrast om jonge mensen in historische kostuums te zien: overhemden met jabots, platte hoeden, jasjes, maillots en zwarte leren schoenen met grote vierkante gespen. Ze verkochten kaartjes voor operavoorstellingen. Wenen en opera: wat is er normaler? Ik was sowieso van plan om te gaan, en daarom had ik een pak in mijn koffer gestopt. Wenen is een stad van cultuur, de bakermat van klassieke muziekgenieën, met talloze operahuizen, danszalen en theaters. Wat betreft de muziek herinner ik me vooral de Staatsopera (Staatsoper) en de Volksopera (Volksoper).
Maar om terug te komen op die goede mannen verkleed als personages uit het verleden: ik wist niet zeker of ik deze mensen wel kon vertrouwen, aangezien ze in feite een bloemlezing van de bekendste opera-aria's aanboden. Het leek toch wel een beetje op een toeristenval. Vol optimisme en vertrouwen besloot ik uiteindelijk toch de sprong te wagen en de kaartjes te boeken.

Even snel langs het hotel om te douchen en mijn pak aan te trekken, en hup, op naar de Volksoper. Eenmaal daar aangekomen, realiseerde ik me dat een pak (of een avondjurk voor de dames) helemaal niet meer verplicht was, al zag een groot deel van het publiek er nog steeds erg chic uit.
Omdat ik nog nooit een echte opera had bijgewoond, wist ik niet zo goed wat ik moest verwachten. In het ergste geval dacht ik: de voorstelling duurt anderhalf uur, dat houd ik hopelijk wel vol... Uiteindelijk hoefde ik me helemaal niet in te spannen, want de show leek gemaakt om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken. Een soort "opera voor dummies". Op het podium wisselden de artiesten elkaar af met de bekendste aria's, begeleid door een live orkest dat echt onderdeel was van de show. Het voelde alsof ik naar die ene cd luisterde die ik jaren geleden cadeau kreeg: "klassiekers uit de reclame"... Er kwamen fragmenten voorbij uit Le nozze di Figaro, Carmen, en aria's van Rossini en Verdi. Kortom, steeds weer dat gevoel van: "hé, die melodie ken ik!". En als afsluiter natuurlijk een fragment uit de An der schönen blauen Donau.
Ik verliet de opera met een opgewekt en vrolijk gevoel. De nacht was inmiddels gevallen over Wenen en ik besloot nog een stukje te wandelen voordat ik terugging naar mijn hotel. Wat een heerlijkheid om me zo veilig te voelen: geen moment hoefde ik achterom te kijken of een andere route te kiezen om een donker of verlaten steegje te vermijden. Sterker nog, er zijn eigenlijk geen donkere steegjes. De enige "rebelse" jongere die ik tegenkwam, was er alleen een omdat hij zijn muziek iets te hard door zijn koptelefoon liet schallen... Ik heb dus nog lekker wat rondgedwaald voordat ik mijn kamer opzocht en in slaap viel met de melodie van de Canon van Pachelbel in mijn hoofd.
Tot snel!
Reacties (0)
Nog geen reacties. Wees de eerste!