Stresa wordt vaak de parel van het Verbano genoemd en aan de westoever van het Lago Maggiore begrijp je direct waarom. Het dorp, dat al in officiële documenten uit 998 onder de naam "Strixia" opduikt, transformeerde in de middeleeuwen van een nederzetting voor vissers en boeren tot een toonbeeld van elegantie dankzij de komst van de aristocratie. De bouw van de paleizen en bijbehorende tuinen in de 16e en 17e eeuw bepaalde de koers van dit stadje, dat sindsdien liefhebbers van bijzondere architectuur en een bijna magische omgeving aantrekt.
Villa's en parken buiten de tijd
De omgeving is betoverend en biedt overal uitzicht op het meer. Al bij de entree van Stresa word je in de romantiek van de 19e eeuw gezogen bij de Villa Pallavicino. Dit neoclassicistische landhuis stamt uit 1855, maar het zijn vooral de 16 hectare aan parklandschap die de grootste trekpleister vormen. Het terrein is bijna wild door de eeuwenoude bomen en exotische bloemen, en functioneert tegelijkertijd als een botanische tuin en een dierenpark waar apen en kangoeroes in alle rust leven. De volières zijn indrukwekkend en de overblijfselen van een 13e-eeuwse vestingmuur maken het plaatje compleet.
Iets hoger op de berghelling vind je bij Alpinia op 800 meter hoogte duizenden botanische soorten, variërend van alpenflora tot planten uit Japan en de Kaukasus. Het uitzicht is er fenomenaal, precies het soort uitzicht dat beroemdheden als Stendhal, Dickens en Lord Byron naar Stresa lokte. De schrijver die het stadje het best wist te vangen was echter Hemingway in zijn roman "Afscheid van de wapenen". Hij verbleef graag in het Grand Hôtel des Îles Borromées, waar vandaag de dag een suite naar hem is vernoemd. Net als andere luxe hotels in de stad is dit gebouw in art-nouveaustijl bijzonder uitbundig. Die verfijning zie je ook terug bij de Villa Ducale uit de 18e eeuw en de Villa Dell'Orto uit 1900.
La dolce vita aan het meer
Cultuur is overal aanwezig, van de sculpturen in het Musée Pietro Canonica in het stadhuis tot de bijzondere plafonds in de Chiesa dei Ambroio e Teodulo uit 1790. De Piazza Cadorna vormt het kloppend hart van de stad met zijn boetiekjes en smalle, bloemrijke straatjes die aan een historisch centrum doen denken. De sfeer in de cafés op de schaduwrijke terrassen is ongedwongen en de lokale keuken is rijk, met specialiteiten als vleeswaren, risotto, geitenkazen en gorgonzola. Voor het dessert is er volop keuze, van de Marheritine (boterkoekjes met suiker) tot de boekweitcake genaamd Stinchett.
De boulevard langs het meer richting de aanlegsteiger voor boten is onlosmakelijk met Stresa verbonden. Je wandelt onder hoge palmen met uitzicht op het Borromeïsche bekken. Aan de overkant zie je de kloosterkerk Santa Caterina del Sasso, die al sinds de 12e eeuw tegen de rotswand geplakt lijkt te zitten. De beroemde Borromeïsche eilanden liggen hier ook, die met hun paleizen en tuinen uitnodigen voor een onvergetelijke excursie.
Wanneer gaan
De bloeiperiode in april en mei is spectaculair in Stresa, al kan het weer in het voorjaar wisselvallig zijn. Het klimaat is gematigd. Van juni tot september heb je de meeste zonzekerheid, maar houd dan ook rekening met meer drukte. De muziekweken in de zomer trekken artiesten van over de hele wereld aan.
Hoe er te komen
Met de auto is Stresa goed bereikbaar via de snelwegen. Met de trein reis je via de TGV-verbinding naar Milaan, waarna je overstapt voor een rit van ongeveer 1 uur en 20 minuten naar het station van Stresa. De dichtstbijzijnde luchthaven is Milaan-Malpensa, op 20 km afstand van het Lago Maggiore, vanwaar er diverse busverbindingen en shuttles rijden.