Potosí bezoeken
Potosí is een stad in Bolivia die in de zestiende en zeventiende eeuw een enorme groei doormaakte toen Spaanse kolonisten op grote schaal zilver gingen delven in de Cerro Rico. Deze 'rijke berg' domineert het stadsbeeld van Potosí en is vanuit bijna elke straat zichtbaar. De mijnen worden tegenwoordig nog steeds geëxploiteerd voor tin, maar je kunt ze alleen bezoeken via gespecialiseerde bureaus. Tijdens zo'n excursie krijg je een indringend beeld van de zware arbeidsomstandigheden van de Boliviaanse mijnwerkers, van wie er in de loop der eeuwen velen het leven lieten in de diepe schachten. Diep in de mijnen vind je een altaar voor Tío, de goddelijke heerser van de onderwereld.
Het mijnerfgoed van Potosí
De mijnbouw in dit deel van Bolivia duurt al vier eeuwen en heeft het Europese continent destijds schatrijk gemaakt, onder toezicht van de Spaanse kroon die in Potosí munten liet slaan. Voor meer inzicht in de industriële en financiële geschiedenis van de stad is de Casa de la Moneda een must. Dit achttiende-eeuwse bouwwerk is het grootste koloniale gebouw van heel Latijns-Amerika. Tijdens een rondgang leer je hoe het muntproces precies in zijn werk ging. Het museum herbergt diverse collecties historische munten en interessante kunstwerken.
Met een ligging op 4.090 meter hoogte was Potosí lang een Spaanse vesting en in de zeventiende eeuw zelfs een van de dichtstbevolkte steden ter wereld, groter dan Londen of Parijs. In die tijd woonden er maar liefst 160.000 mensen in de Boliviaanse stad. De mijnbouw werd in de zestiende eeuw gemoderniseerd met een systeem van aquaducten en molens om erts te vermalen, waarvan de restanten vandaag de dag nog steeds te zien zijn. Vanaf de top van de Cerro Rico heb je bovendien een indrukwekkend panoramisch uitzicht over het omringende Andesgebergte.
Een belangrijke koloniale stad in Latijns-Amerika
De gehele stad Potosí is opgetrokken rondom de mijnbouw en de koloniale bezetting, wat ertoe geleid heeft dat de stad sinds 1987 op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat. Veel gebouwen getuigen van dit verleden, met name rondom de Plaza 10 de Noviembre, het kloppende hart van de stad. In Potosí vind je talloze barokke kerken en religieuze monumenten, zoals de kathedraal en het klooster van Santa Teresa, dat tegenwoordig als museum voor religieuze kunst fungeert. Bekijk zeker de gevel van de Tour de la Compañía de Jesús met zijn 32 gedraaide zuilen en gedetailleerd beeldhouwwerk.
Helaas is de Cerro Rico na eeuwenlange exploitatie door de mens veranderd in een poreuze en instabiele berg die gevoelig is voor aardverschuivingen, wat zowel de inwoners van Potosí als het lokale erfgoed bedreigt.
Wanneer kun je het beste gaan?
Vanwege de grote hoogte kan het in Potosí snel afkoelen. Plan je bezoek daarom bij voorkeur tussen april en oktober.
Hoe kom je er?
Naast de historische waarde ligt Potosí gunstig op de route naar de Salar de Uyuni. Er rijden dagelijks talloze bussen die Potosí in ongeveer 3 uur verbinden met Sucre.
Potosí is een onmisbare stad in Bolivia, na La Paz, het Titicacameer en de Salar de Uyuni. Er wordt wel gezegd dat het kapitalisme is ontstaan in de "cerro rico", omdat er tijdens de Spaanse kolonisatie zo enorm veel zilvererts uit is gehaald. Vandaag de dag raad ik je aan om de mijnen te bezoeken met een local, omdat het toerisme voor hen een belangrijke bron van inkomsten is. Het bezoek is misschien een beetje voyeuristisch, maar het helpt je om je een voorstelling te maken van de levensomstandigheden van deze dwangarbeiders. De stad staat bovendien vol met prachtige monumenten.