De Kathedraal van Rennes: een Romeinse basiliek onder Bretonse hemel
Buiten zie je grijs en sober graniet. Binnen word je verrast door een nachtblauw gewelf vol gouden sterren. Dit scherpe contrast vormt de unieke identiteit van de Kathedraal van Rennes. Het is het enige voorbeeld van een Romeinse basiliek in Bretagne, en wellicht zelfs in heel Frankrijk. De hertogen van Bretagne kwamen hier naartoe om zich te laten kronen, nadat ze de nabijgelegen Portes Mordelaises waren gepasseerd.
Waarom de Kathedraal van Rennes bezoeken?
Al sinds de zesde eeuw bevindt zich op deze plek een religieus gebouw. Het huidige bouwwerk is het resultaat van een reconstructie die in 1787 begon volgens de plannen van de architect Mathurin Crucy uit Nantes, nadat het gotische koor in 1754 was ingestort. De Franse Revolutie legde de werkzaamheden stil, waardoor de inwijding pas in 1844 plaatsvond.
In 1859 verhief Napoléon III Rennes tot aartsbisdom, het eerste in Bretagne. Op het fronton van de gevel prijkt nog altijd de lijfspreuk van Lodewijk XIV: Nec pluribus impar. De 44 granieten zuilen, bedoeld om de robuustheid van het nieuwe gebouw te benadrukken, werden vanaf 1841 bekleed met stucwerk dat rood marmer imiteert.
Het interieur: een spectaculaire gedaanteverwisseling
Monseigneur Brossay-Saint-Marc, die in 1841 bisschop van Rennes werd, vond het interieur onwaardig voor een kathedraal. Hij onderhield nauwe banden met paus Pius IX en zette zijn netwerk en familiekapitaal in om het gebouw te transformeren. De grijze stenen zuilen verdwenen onder kleurrijk stucwerk en de muren werden bedekt met fresco's en bladgoud.
Kijk vooral omhoog. De diepblauw geschilderde gewelven, bezaaid met sterren, doen denken aan de hemelkoepel. Alphonse Le Hénaff maakte het grote fresco in de apsis dat de sleuteloverdracht aan de heilige Petrus uitbeeldt, geïnspireerd op de mozaïeken in Romeinse basilieken. De kroonluchters, gerestaureerd door het huis Evellin, maken deze mediterrane sfeer compleet.
De schatkamer en het Antwerpse retabel
Sinds 2019 kun je in een nieuwe schatkamer het topstuk van de kathedraal bewonderen: een Antwerps retabel uit 1520. Dit ensemble van gesneden, beschilderd en verguld hout bevat 80 minutieus uitgewerkte figuren. Het is een van de 180 Antwerpse retabels uit de zestiende eeuw die wereldwijd bewaard zijn gebleven, waarvan er slechts twintig in Frankrijk staan.
De geschiedenis van dit retabel is bewogen. In 2007 lieten dieven zich in de kathedraal opsluiten om drie delen van de predella te stelen. Slechts één paneel werd teruggevonden in België. De restauratie die in 2019 werd afgerond, heeft het werk zijn oorspronkelijke kleurrijke pracht teruggegeven.
Wat je niet mag missen in de schatkamer:
- De gouden kelk geschonken door paus Pius IX
- Het wierookvat van bergkristal
- De liturgische gewaden met wapenschilden versierd met een pelikaan
- De processiekruisen en cibories
Tip van een kenner: tijdens de rondleidingen die het toeristenbureau elke woensdag in de zomer organiseert, krijg je details te zien die de gehaaste bezoeker vaak mist. Zoek in de muurschilderingen naar de afbeeldingen van Anne de Bretagne en Du Guesclin.
De vier beelden van het tetramorf
Tot 2019 waren er vier lege plekken boven de kruising van het transept. Sinds 1878 wachtten hier de beelden van engelen die door Brossay-Saint-Marc waren gepland. De beeldhouwer Laurent Esquerré heeft dit gat uiteindelijk gevuld met vier figuren van drie meter hoog, die de symbolen van de evangelisten voorstellen: de mens, de leeuw, de stier en de adelaar.
Een verrassing voor kunstliefhebbers. De massale torens van de kathedraal trekken al van buitenaf de aandacht. En toch was ik verblind door de schoonheid van het interieur. Je verwacht het niet, maar je vindt er een overvloed aan goud, schilderijen en kleuren op het plafond. Een rijkdom die bijna doet denken aan Byzantijnse kunst! Mis de schatkamer niet. Ik was onder de indruk van het retabel en de houten figuren.