Het Bois de Vincennes, 995 hectare vrijheid aan de rand van Parijs
Het geluid van een pauw snijdt door de ochtendstilte. Op een steenworp afstand van de metro lopen hardlopers langs reigers die roerloos aan de oever van het lac Daumesnil staan. Dit groene longgebied in het oosten van Parijs is drie keer zo groot als Central Park en verbergt onder zijn gebladerte verlaten Khmer-tempels, een actieve boerderij en de hoogste middeleeuwse donjon van Europa.
Waarom het Bois de Vincennes verkennen?
Het bos was ooit een koninklijk jachtgebied waar Saint Louis onder een eik recht sprak en werd door Napoléon III omgevormd tot een openbaar park. Ingenieur Jean-Charles Alphand, de man achter het parc des Buttes-Chaumont, ontwierp de kunstmatige meren, kronkelende paden en romantische watervallen. In tegenstelling tot zijn westelijke tegenhanger, het Bois de Boulogne, heeft dit bos een wildere en minder aangeharkte uitstraling behouden.
Het gebied herbergt ook enkele belangrijke trekpleisters: de Parc Zoologique de Paris, die in 2014 grondig werd vernieuwd, het Parc Floral met zijn 3.000 plantensoorten, de hippodrome de Vincennes voor drafsport en de Cartoucherie, een toonaangevende plek voor hedendaags theater. Deze diversiteit maakt het zowel een geliefde plek voor zondagse uitstapjes als een serieuze culturele bestemming.
Vier meren, vier sferen
Het lac Daumesnil is het grootste meer en trekt veel gezinnen aan vanwege de roeiboten die er te huur zijn en de twee eilanden die met een brug verbonden zijn. Op het île de Reuilly vind je een rustiek restaurant en een romantische tempel met een grot. Het lac des Minimes, gelegen in het oosten, biedt een intiemere setting met de overblijfselen van een oud klooster. Hier serveert Rosa Bonheur pizza op een schaduwrijk terras.
Wie de absolute rust zoekt, kiest voor het lac de Gravelle of het lac de Saint-Mandé. Dit laatste meer ligt het hoogst en voedt de andere meren via een netwerk van kunstmatige beekjes dat in de 19e eeuw werd aangelegd.
Le jardin d'agronomie tropicale: een onverwachte reis
Aan de noordoostkant van het bos ligt deze tuin van 4,5 hectare die bij veel Parijzenaars onbekend is. De tuin werd in 1899 aangelegd voor experimenten met koloniale gewassen en fungeerde in 1907 als locatie voor de koloniale wereldtentoonstelling. Vandaag de dag staan de pavillons indochinois (Indochinese paviljoens), de pont khmer (Khmer-brug) en de porte chinoise (Chinese poort) erbij te midden van een vegetatie die weer volkomen verwilderd is.
Conseil d'ami: neem de RER A naar Nogent-sur-Marne. De ingang van de tuin bevindt zich op 500 meter van het station. De plek is gratis toegankelijk, rustig en bijzonder fotogeniek in het strijklicht van de late namiddag.
Activiteiten en festivals
De fiets is het beste vervoersmiddel om het bos te verkennen. Er zijn verhuurpunten bij de meren en bij de esplanade van het kasteel. De Ferme de Paris is gratis toegankelijk en laat kinderen kennismaken met boerderijdieren midden in de stad. In de zomer vormen het Paris Jazz Festival en Classique au Vert de aanleiding voor gratis concerten overdag in het Parc Floral.
Niet te missen:
- Een tochtje met een roeiboot op het lac Daumesnil
- Het Parc Floral en zijn minigolfbaan met Parijse monumenten
- Het kasteel van Vincennes met zijn donjon van 52 meter hoog
- Le jardin d'agronomie tropicale en zijn vergeten paviljoens
Ik ben onlangs weer terug geweest in het Bois de Vincennes. Het blijft een heerlijke plek om even uit te waaien zonder Parijs te verlaten. Het is zo groot dat je er van alles kunt doen: fietsen, wandelen of gewoon lekker ontspannen aan de rand van het meer. Sommige plekken voelen echter minder prettig aan dan een paar jaar geleden. Ik raad aan om er 's avonds niet heen te gaan.