Zodra de naam Mykonos valt, beginnen de ogen van menig reiziger te glinsteren. Het eiland staat wereldwijd bekend als het epicentrum van feesten en legendarische nachten en is ongetwijfeld de beroemdste plek van de Cycladen. Met de Egeïsche Zee als decor verandert het eiland in juli en augustus in een openluchtpodium dat dag en nacht leeft op het ritme van dj's en festivals. Toch is dat lang niet het enige waarvoor je hier komt, zoals een wandeling door de hoofdstad direct duidelijk maakt. Mykonos, door de lokale bevolking Chora genoemd, is een stad met een eindeloze charme die de sfeer van Griekenland ademt door zijn pittoreske architectuur en karakteristieke wijken. Het toerisme vormt het hart van de economie, met jaarlijks 50.000 bezoekers.
De romantiek van de oude haven
In het doolhof van smalle straatjes is la place Manto een vast oriëntatiepunt. Het plein is vernoemd naar een heldin uit de onafhankelijkheidsoorlog en een marmeren buste brengt haar eer. Het ligt in het centrum van de vieux port, waar tegenwoordig alleen nog kleine bootjes aanmeren en de kades uitnodigen voor een sfeervolle wandeling. Op steenworp afstand ligt la Petite Venise, de meest iconische wijk van de stad. Deze wijk, ook wel Alefkandra genoemd, vormt het perfecte ansichtkaartbeeld met zijn romantische baai en unieke huizen uit de achttiende eeuw die direct aan de waterkant lijken te staan. Talloze bars en restaurants hebben hier hun deuren geopend, wat het de ideale plek maakt om de lokale keuken te ontdekken. Een absolute aanrader voor bij de borrel is kopanisti, een lokale kaas die vaak wordt geserveerd met mostra, een beschuit met tomaat. Andere lokale specialiteiten zijn louza (gedroogde varkenshaas), verse zeevruchten, rafiolia (hartige of zoete gebakjes) en de traditionele honingtaart. Vanaf de terrassen kijk je uit op de Kato Mili, de zeven iconische windmolens uit de zestiende eeuw met hun rieten daken die hoog boven de heuvel uittorenen. Iets meer naar het centrum vind je het Musée maritime Aegean, waar de evolutie van de scheepvaart op de Egeïsche Zee in kaart wordt gebracht en in de tuin een historische vuurtoren staat.
De architectuur van de Cycladen
Op weg naar de oude stad vind je het rijke Musée archéologique, met vondsten uit de opgravingen op Rhenia, waaronder graven, beelden en aardewerk. In de Quartier Kastro tref je de typische bouwstijl die de charme van Mykonos definieert. De witgekalkte huisjes met hun blauwe deuren en luiken, versierd met felgekleurde bougainville, zorgen ervoor dat de ziel van de Cycladen overal aanwezig is. De oudste en beroemdste kerk van de stad sluit naadloos aan bij dit decor: de spierwitte Panagia Paraportiani steekt fel af tegen de blauwe lucht en zee. Het is een uniek bouwwerk met een vorm die nergens anders ter wereld te vinden is. Uiteraard zijn de stranden het paradepaardje van het eiland, met hun fijne zand en kristalheldere water. Het meest centrale strand is Megali Ammos, al kan het daar soms druk zijn; wie meer rust zoekt, geeft vaak de voorkeur aan Mirsini Beach.
Wanneer gaan
Van mei tot oktober zijn de temperaturen ideaal. In het laagseizoen kan de wind behoorlijk krachtig zijn en is het zeewater vaak te fris om comfortabel te zwemmen. Juli en augustus staan in het teken van uitbundige feesten. Zoek je rust, dan kun je deze maanden beter vermijden.
Hoe er te komen
Vanaf Athene varen er veerboten naar Mykonos, die vertrekken vanuit de haven van Piraeus of het dichterbij gelegen Rafina. Op 4 kilometer van de stad ligt een luchthaven die in het seizoen directe vluchten aanbiedt vanaf Parijs.