Cassis, het Provençaalse dorp waar de kliffen in de diepblauwe zee duiken
Frédéric Mistral schreef ooit: "Wie Parijs heeft gezien maar niet Cassis, die heeft niets gezien." De Provençaalse dichter overdreef nauwelijks. Dit kleine vissersdorp, ingeklemd tussen de Cap Canaille, de hoogste zeeklif van Europa, en de eerste calanques, bezit een bijna onwerkelijke schoonheid. Het water kleurt afhankelijk van het licht van turquoise naar diepblauw. Pastelkleurige gevels spiegelen in het water van de haven. En de lokale witte wijn, droog en mineraal, gaat nergens beter samen met een bord verse zee-egels dan hier.
Cassis, een bestemming voor liefhebbers van ongerepte natuur
Dit dorp trekt wandelaars, duikers en iedereen die de voorkeur geeft aan wilde baaien boven aangelegde stranden. De calanques van Port-Miou, Port-Pin en En-Vau behoren tot de mooiste van de hele Middellandse Zeekust. Maar let op: je moet er wel wat voor doen. Reken op wandelingen die soms twee uur in beslag nemen, heen en terug over rotsachtige paden. Gezinnen met kinderwagens of mensen die slecht ter been zijn, kunnen beter kiezen voor een bootexcursie.
Zoek je een bruisend nachtleven of uitgestrekte zandstranden? Dan kun je beter verder kijken. Cassis is een dorp met 7.000 inwoners en na 22:00 uur is het er rustig. De stranden zijn klein en in de zomer vaak overvol. Parkeren is van juni tot september een ware uitdaging. De auto is hier ter plaatse eerder een blok aan je been dan een voordeel.
Een pittig budget, net als de zilte zeelucht
Cassis hanteert de tarieven van een populaire badplaats. Reken op 100 tot 180 euro per nacht voor een degelijk hotel in het hoogseizoen en 20 tot 40 euro per persoon voor een maaltijd in de haven. Een boottocht naar de calanques kost tussen de 18 en 28 euro, afhankelijk van de duur. Parkeren in het centrum kost in de zomer tot 3 euro per uur.
De calanques: het voornaamste schouwspel
Het Parc National des Calanques, opgericht in 2012, beschermt dit uitzonderlijke kustgebied. Vanuit Cassis zijn drie calanques te voet bereikbaar. De eerste, Port-Miou, herbergt een jachthaven in een smalle inham. Hier is geen strand, maar de kennismaking is spectaculair. Het pad loopt door naar Port-Pin, een intieme baai omzoomd door Aleppodennen, die na 45 minuten wandelen te bereiken is.
De absolute ster blijft En-Vau. Deze calanque met zijn transparante water, geflankeerd door verticale kliffen waar bergbeklimmers hun weg omhoog zoeken, staat op elke ansichtkaart. Reken op 1 uur en 30 minuten wandelen vanaf Port-Miou, inclusief een steile afdaling. De inspanning is groot, maar het uitzicht is het meer dan waard.
Vriendentip: in de zomer is de toegang tot de calanques gereguleerd en soms verboden bij brandgevaar. Check de website van het Parc National de dag voor je wandeling. Vertrek voor 8:00 uur om de drukte en de zinderende hitte voor te zijn.
Cap Canaille en de Route des Crêtes
Aan de andere kant van de calanques torent Cap Canaille met zijn okerkleurige en rode rotswanden 394 meter boven de zee uit. De Route des Crêtes, die Cassis met La Ciotat verbindt over een afstand van 15 km, biedt duizelingwekkende panorama's. Langs de route zijn parkeerplaatsen aangelegd om bij de uitkijkpunten te stoppen. Bij harde wind wordt de weg uit veiligheidsoverwegingen afgesloten.
Er zijn diverse wandelpaden op de hoogvlakte van de kaap. Het sentier du Petit Prince leidt naar een uitzichtpunt over de baai. Voor de ambitieuzere wandelaar doorkruist de GR 51 het massief in de richting van Marseille. De kleuren van de kliffen veranderen met het uur: bleek oker in de ochtend, vurig rood aan het eind van de dag.
De haven en het dorp: Provençaalse flaneertochten
De haven van Cassis staat vol met terrassen die uitkijken op de pointus, de traditionele, felgekleurde vissersbootjes. De sfeer is gemoedelijk en ver verwijderd van de glamour van Saint-Tropez. Vissers verkopen hun vangst van de dag nog steeds direct na terugkomst. Op woensdag en vrijdag vult de marché provençal de smalle straatjes met kramen vol fruit, olijven en zeep.
Achter de haven kronkelen de straatjes omhoog naar het château médiéval. Dit is privébezit en niet te bezoeken, maar vanaf de omgeving heb je een prachtig uitzicht. Het Musée municipal is klein maar fijn; het vertelt de lokale geschiedenis en stelt werken tentoon van kunstenaars die in deze regio hebben gewerkt.
Vriendentip: reserveer een tafel op het terras voor de lunch in plaats van voor het diner. De restaurants in de haven serveren vaak hetzelfde menu, maar de sfeer tijdens de lunch, in de zon en met uitzicht op de boten, is een stuk aangenamer dan in de avond.
De stranden: klein maar fijn
De Grande Mer, het hoofdstrand van het dorp, bestaat uit een mix van kiezels en grof zand. Het water is helder, maar vanaf 10:00 uur is er in juli en augustus nauwelijks nog een plekje te vinden. Het plage du Bestouan, ten oosten van de haven, is een iets minder druk alternatief. Wil je echt rust, zoek dan de baaien op die alleen te voet of per boot bereikbaar zijn.
Waar eten en drinken in Cassis?
De witte wijn van Cassis, sinds 1936 een erkende AOC, is de ideale begeleider van zeevruchten. Hij is droog en floraal met tonen van citrus en amandel, en smaakt het best ijskoud op een terras aan de haven. De wijndomeinen in de heuvels rondom het dorp bieden proeverijen aan: het Clos Sainte-Magdeleine, met uitzicht op zee, is een bezoek meer dan waard.
Wat eten betreft zijn de oursins (zee-egels) uit de baai een lokale specialiteit, verkrijgbaar in het seizoen van november tot april. De bouillabaisse staat op veel menukaarten, maar slechts weinig restaurants bereiden hem volgens de regels van de kunst. Kies liever voor een simpel bord gegrilde vis van de dag. Nino, al decennia een begrip in het dorp, serveert eerlijke visgerechten zonder poespas.
Waar overnachten in Cassis en omgeving?
Met een hotel in het centrum kun je het dorp te voet verkennen en vermijd je het parkeerprobleem. Voor een kleiner budget zijn er opties in La Ciotat, op 15 minuten rijden, of in het achterland richting Roquefort-la-Bédoule. Voor een verblijf midden in de natuur zijn er enkele gastenverblijven in de heuvels boven het dorp te vinden, met uitzicht op zee en de wijngaarden.
Hoe kom je in Cassis en hoe verplaats je je?
Het treinstation van Cassis wordt bediend door de TER-treinen vanuit Marseille en ligt op 3 km van het centrum. In de zomer rijdt er een pendelbus tussen het station en de haven. Met de auto ben je vanaf Marseille in 25 minuten in Cassis via de snelweg A50. Parkeren is het grootste pijnpunt: vrije plekken in het centrum zijn schaars en duur. In het hoogseizoen rijden er gratis pendelbussen vanaf de parkeerplaatsen aan de rand van het dorp naar de haven.
De luchthaven Marseille-Provence ligt op 50 km afstand en ontvangt vluchten vanuit heel Europa. Vanaf Parijs doe je er met de TGV 3 uur en 15 minuten over naar Marseille Saint-Charles, waarna je nog 30 minuten met de trein of auto onderweg bent naar Cassis.
Wanneer kun je het beste gaan?
Mei-juni en september-oktober zijn de beste periodes: het weer is aangenaam, de zee is warm genoeg om in te zwemmen en de drukte is goed te overzien. In de zomer verandert het dorp in een mierenhoop en is de toegang tot de calanques onzeker vanwege brandgevaar. In de winter sluiten veel restaurants, maar wandelaars kunnen dan juist genieten van de rust op de paden en het lage, warme licht op de kliffen.
Ver weg van de pracht en praal van Cannes of Nice, ben ik dol op Cassis vanwege de volkse, authentieke en ongerepte sfeer. Hoewel het dorp klein is, maken de gekleurde gevels en de mooie, altijd levendige haven het absoluut charmant. Bovendien is er geen gebrek aan activiteiten, van stranden met turkooisblauw water tot de calanques en wandelpaden. De stranden van de Grande Mer en Bestouan zijn makkelijk bereikbaar, maar ook snel overvol. Wat mij betreft geniet je er veel meer van met een vaarbewijs, want zo kon ik kleine, verlaten baaitjes bereiken. Mis de Provençaalse markt op de place Baragnon niet, waar je heerlijke lokale producten kunt proeven.