Bezoek Copacabana
Copacabana is niet alleen een wijk in Rio de Janeiro, maar ook het bekendste strand van Brazilië. Het is 4,5 kilometer lang, ligt aan de baai van Guanabara en strekt zich uit langs de Avenida Atlântica, die op zondag wordt afgesloten voor autoverkeer. In het Portugees staat het strand bekend als Princesinha do Mar, oftewel de kleine prinses van de zee.
Van vissersdorp tot toeristische trekpleister van Rio de Janeiro
Oorspronkelijk was Copacabana een afgelegen vissersdorp, ingeklemd tussen de zee, het bos en de bergen. Het heette toen Sacopenapã, naar een vogel die kenmerkend was voor dit deel van de Atlantische kust. Na de kolonisatie kreeg de plek een nieuwe naam, dankzij een kapel waarin een replica stond van de maagd uit een dorp aan het Titicacameer in Bolivië, dat eveneens Copacabana heet.
Het militaire fort van Copacabana werd aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd om de haven van Rio de Janeiro te beschermen. Tegenwoordig is het fort toegankelijk voor bezoekers die er het museum komen bekijken of genieten van het uitzicht over de baai. In 1892 werd de eerste tunnel geopend om Copacabana te verbinden met de rest van de stad, wat de ontwikkeling van de wijk in een stroomversnelling bracht.
Copacabana als icoon
In 1923 opende het Copacabana Palace zijn deuren. Het hotel werd ontworpen door de Franse architect Joseph Gire, naar het voorbeeld van de meest luxueuze hotels aan de Franse Rivièra. Het gebouw is inmiddels aangemerkt als historisch monument en heeft in de loop der jaren vele beroemdheden ontvangen die hebben bijgedragen aan de faam van de badplaats.
Wandel zeker over de boulevard langs het strand. Het patroon van zwart basalt en witte calciet doet door het gebruik van natuursteen denken aan bepaalde pleinen in Lissabon. Dit iconische ontwerp is van de hand van de Braziliaanse landschapsarchitect Burle Marx.
Ik verkies Barra da Tijuca omdat het er minder druk is, er minder straatverkopers zijn en het uitzicht mooier is. Na een wandeling voor het Copacabana Palace in de ochtend blijft het wel aangenaam, maar niets bijzonders.