De Place du Tertre in het kort
Gelegen in de wijk Clignancourt, op een steenworp afstand van de Sacré-Cœur, is de Place du Tertre een van de meest bezochte en bekende plekken van de Franse hoofdstad. Ondanks de drukte heeft het oude dorp Montmartre een zekere charme weten te behouden dankzij de levendige sfeer, het plein met kunstenaars en de aangename terrassen in de schaduw.
Het plein is toegankelijk sinds de zeventiende eeuw en dankt zijn naam aan de geografische ligging, aangezien een tertre verwijst naar een heuvel met een platte top. Destijds was het al de favoriete plek voor de boheemse gemeenschap van Parijs. Chansonniers, dichters en natuurlijk schilders kozen hier hun woonplaats. Grote namen als Toulouse-Lautrec, Picasso, Modigliani en Utrillo woonden hier.
In de jaren 90 was het plein het toneel van een felle juridische strijd tussen de portretschilders en de gemeente over het gebruik van de openbare ruimte. Het kunstenaarsplein is sindsdien beperkt tot 140 plekken, waarbij twee kunstenaars per plek elkaar dagelijks afwisselen. Let op nummer 6, waar je het restaurant A la mère Catherine vindt, opgericht in 1783. Op nummer 3 staat het voormalige Mairie de Montmartre (gemeentehuis van Montmartre) en op nummer 7 vind je het huis van beeldhouwer Maurice Drouard, wiens beeltenis op een herdenkingsplaat prijkt.
Liefhebbers van winkelen en kleine boetieks van ontwerpers kunnen terecht in het doolhof van straatjes in de aangrenzende quartier des Abbesses (wijk Abbesses) om rond te neuzen en te genieten van die kenmerkende sfeer die beroemd werd door de film Amélie Poulain.
Wat moet ik zeggen, het is er zo druk... Dit kleine, supertoeristische gedeelte van Montmartre is slachtoffer van zijn eigen succes, in een paar straatjes is de drukte echt waanzinnig! De menigte dromt samen rond de tekenaars, de terrassen zitten propvol en het is zelfs lastig om je een weg te banen. Aan de andere kant kun je nog steeds rustigere straatjes vinden en de sfeer en de autovrije omgeving van de plek zijn de moeite waard. Probeer doordeweeks te komen, dan is er iets minder volk.