De groene long van de Seychellen tussen jungle en graniet
In het hart van Mahé rijst een muur van groen op tot 905 meter hoogte. Het Nationaal park Morne Seychellois beslaat 3.045 hectare aan primair regenwoud, mangroves en granieten toppen waar de zang van endemische vogels weerklinkt. Dit wilde gebied, dat doorkruist wordt door de bochtige route Sans Soucis, beslaat ruim 20% van het eiland en herbergt het hoogste punt van de hele archipel.
Waarom op ontdekking in het Morne Seychellois?
Dit park werd opgericht in 1979 en beschermt een kwetsbaar ecosysteem waar de natuur regeert. Vergeet de ansichtkaartstranden en het luieren onder de palmen. Hier kom je om te hiken door een weelderige jungle, zeldzame diersoorten te observeren en naar duizelingwekkende uitzichtpunten te klimmen. Het park toont een kant van de Seychellen die ver afstaat van het klassieke tropische plaatje.
Het park is het thuis van zeven van de twaalf endemische vogelsoorten van de granieten archipel, waaronder de uiterst zeldzame Seychellen-dwergooruil, die bij schemering langs de route Sans Soucis laat horen. Je komt hier ook reuzenschildpadden, tijgerkameleons en de kleinste kikker ter wereld tegen, de Sooglossus gardineri. Deze is nauwelijks een centimeter groot, maar brengt een verrassend krachtig geluid voort.
De restanten van kaneeldistilleerderijen en koffieplantages herinneren aan het agrarische verleden van de regio, voordat toerisme de voornaamste activiteit werd.
De mooiste wandelroutes: van Copolia naar de top van de Morne Seychellois
Copolia: het toegankelijke panorama
Het sentier de Copolia (Copolia-pad) is met goede reden het populairste pad van het park. Na een uur klimmen door een schaduwrijk bos bereik je een granieten plateau op bijna 500 meter hoogte. Vanaf de top kijk je uit over Victoria, het parc national marin de Sainte-Anne (zeereservaat van Sainte-Anne) en de naburige eilanden Praslin en La Digue. Onderweg zie je de inheemse vleesetende plant, de Nepenthes pervillei, die insecten in zijn kleurrijke bekers vangt.
Morne Blanc: tussen theeplantages en oerwoud
De wandeling naar Morne Blanc is korter maar steiler. Je bereikt de top na een pittige klim van 30 tot 40 minuten. Het pad slingert door oude theeplantages voordat het de dichte jungle in duikt. Op de top, op 667 meter hoogte, biedt een uitkijkplatform een spectaculair zicht op de westkust van Mahé. Met een beetje geluk hoor je hier de scherpe roep van het piepkleine endemische kikkertje.
De klim naar de Morne Seychellois: voor de echte avonturier
De top van de Seychellen bereiken is geen wandelingetje. Het sentier du Morne Seychellois voert naar 905 meter hoogte door een dikke jungle. Het pad is slecht gemarkeerd en vaak modderig. Reken op 5 uur heen en terug en houd er rekening mee dat je op de steilste stukken touwen en ladders moet gebruiken. Deze tocht mag uitsluitend worden ondernomen met een erkende gids die het terrein kent en je door de dichtbegroeide secties kan navigeren.
De tip van een vriend: kies voor de droge periode tussen juni en november en vertrek vroeg in de ochtend rond 7:00 uur. De hitte onder het bladerdak loopt snel op en de regenbuien in de middag maken de paden spekglad. Neem minimaal 2 liter water per persoon mee, draag goede wandelschoenen met veel grip en pak een licht windjack in voor op de top.
Anse Major en de verborgen schatten van het park
Het sentier d'Anse Major (Anse Major-pad) vormt een mooi contrast met de hooggelegen routes. Vanaf Danzil loop je in een uur langs de rotsachtige noordwestkust naar een afgelegen strand met kristalhelder water. De route wisselt schaduwrijke stroken af met weidse uitzichten over de Indische Oceaan. Eenmaal aangekomen is zwemmen en snorkelen de ideale beloning, ver weg van de drukkere stranden.
Voor wie meer uitdaging zoekt, doorkruist het netwerk van paden bij Mare aux Cochons in ongeveer 4 uur het hart van het park. De naam verwijst naar een klein meer in de bergen. Onderweg zie je ruïnes van kaneeldistilleerderijen die getuigen van de bosbouw van weleer. De inheemse bois rouge-bomen en palmen staan hier zij aan zij met de geïntroduceerde kaneelbomen.
Historische plekken en spectaculaire uitzichten
De route Sans Soucis
De route Sans Soucis die het park van oost naar west doorkruist, is de moeite waard. Langs deze bochtige weg liggen diverse bezienswaardigheden. Mission Lodge, ook bekend als Venn's Town, diende vroeger als school voor kinderen van bevrijde slaven. Er staan nog enkele ruïnes, en het uitkijkpunt dat in 1972 werd aangelegd voor het bezoek van koningin Elizabeth II biedt een uniek zicht op het heuvelachtige binnenland en de westkust van Mahé.
Niet ver daarvandaan ligt de theeplantage die sinds 1962 de hellingen bedekt. De teelt werd opgezet door een zekere Bill Anderson die planten uit Kenia meenam. De thee is nog altijd populair en wordt lokaal verwerkt. Het drinken van thee is een ware instelling op de Seychellen, een overblijfsel van het Britse Rijk, met een jaarlijkse consumptie van 90 ton in de archipel.
Het pad van de Trois Frères
Het pad van de Trois Frères (Drie Broeders) vertrekt vanaf de route Sans Soucis en klimt in 45 minuten naar een kiosk met panoramisch uitzicht over Victoria en de eilanden voor de kust. Het pad Dans Gallas, vernoemd naar een groep Ethiopiërs die zich hier in de 19e eeuw na hun bevrijding vestigden, biedt eveneens prachtige vergezichten op Beau Vallon.