Het Livingstonehuis: laatste stop voor het onbekende
Op 19 maart 1866 verliet een man dit gebouw met de rode dakpannen, om nooit meer terug te keren. David Livingstone vertrok naar het Afrikaanse continent, geobsedeerd door één doel: de bronnen van de Nijl vinden. Zeven jaar later brachten zijn trouwe dienaren zijn gebalsemde lichaam terug naar Zanzibar, nadat ze zijn hart onder een boom in Zambia hadden begraven. Dit drie verdiepingen tellende pand, gebouwd voor Sultan Majid rond 1860, bewaart de herinnering aan dit stille afscheid.
Waarom het Livingstonehuis bezoeken?
Dit rechthoekige gebouw in de wijk Kinazini, aan de noordoostelijke kustlijn van Stone Town, was veel meer dan een simpele residentie. De sultan liet het bouwen als rustplaats vlak buiten de hoofdstad. De geschiedenis liep echter anders: het huis werd het vertrekpunt voor grote Europese expedities naar het binnenland van het Afrikaanse continent.
Livingstone was niet de enige die deze deuren passeerde. Richard Burton, John Hanning Speke, Verney Lovett Cameron en Henry Morton Stanley verbleven hier allemaal voordat ze gebieden introkken die op Europese kaarten nog leeg waren. Zanzibar fungeerde destijds als een knooppunt tussen de Indische Oceaan en de mysteries van het continent.
De man die de slavenmarkt deed sluiten
Livingstone zocht niet alleen naar de bronnen van de Nijl. Zijn brieven en dagboeken beschreven met klinische precisie de gruwelen van de Arabische slavenhandel die hij tijdens zijn verkenningen tegenkwam. Op 15 juli 1871 was hij machteloos getuige van de slachting van 400 Afrikanen door slavenhandelaren aan de oevers van de Lualaba-rivier. Zijn getuigenissen schokten de Britse publieke opinie.
Vijf weken na zijn dood, op 1 mei 1873, sloot de grote slavenmarkt van Zanzibar definitief onder druk van de Royal Navy. De sultan had geen andere keuze. Een kruis dat is gesneden uit het hout van de mpundu-boom waaronder het hart van Livingstone rust, is tegenwoordig te zien in de Anglicaanse kathedraal van Stone Town, die op de plek van diezelfde markt is gebouwd.
Een gebouw met vele levens
Na het tijdperk van de ontdekkingsreizigers wisselde het huis meermaals van eigenaar. De hindoeïstische gemeenschap van het eiland gebruikte het aan het begin van de 20e eeuw. In 1947 kocht de Britse koloniale overheid het pand om er een onderzoekslaboratorium te vestigen voor ziektes bij kruidnagelbomen, destijds de motor van de economie van Zanzibar.
De revolutie van 1964 zorgde voor een nieuw keerpunt. Het gebouw werd het hoofdkwartier van het Tanzania Friendship Tourist Bureau en later van de Zanzibar Tourist Corporation, die er nog steeds is gevestigd. De architectuur is sober gebleven: witgekalkte muren, rode dakpannen, niets opzichtigs. Het is geen paleis, maar de plek heeft een ziel die geschiedenisliefhebbers direct opmerken.
Tip van een kenner: het huis doet dienst als administratief kantoor en is niet toegankelijk als een traditioneel museum. Beperk je tot de buitenkant en combineer een bezoek met de vlakbij gelegen Anglicaanse kathedraal om het houten kruis van Livingstone te bekijken. Er wordt gewerkt aan een museumproject, maar een officiële openingsdatum is er nog niet.
In de voetsporen van de ontdekkingsreizigers
De wijk Kinazini biedt een aangename wandeling langs de waterkant. Op enkele minuten lopen vind je Forodhani Gardens, waar je bij zonsondergang terechtkunt voor streetfood. Het Palace Museum en de ruïnes van de House of Wonders maken een logische route compleet over de geschiedenis van Zanzibar ten tijde van de sultans en ontdekkingsreizigers.
Te zien in de omgeving:
- Anglicaanse kathedraal Christ Church: gebouwd op de plek van de voormalige slavenmarkt, herbergt het houten kruis van Livingstone
- Huis van Tippu Tip: residentie van de beroemde slavenhandelaar die, paradoxaal genoeg, verschillende ontdekkingsreizigers hielp
- Palace Museum: geschiedenis van de sultans van Zanzibar in hun voormalige residentie
Openingstijden
*Gegevens kunnen wijzigen
Ik ben uit nieuwsgierigheid naar het Livingstonehuis gegaan, maar eerlijk gezegd is er als bezoeker niet veel aan te beleven. Het is een vrij simpel gebouw dat tegenwoordig als kantoorruimte wordt gebruikt, dus het is niet echt ingericht voor toeristen. Er is geen echte rondleiding en er is ter plaatse ook geen uitleg te vinden. Ik ben vijf minuten voor het pand blijven staan, heb een foto gemaakt en dat was het wel. Als je in de buurt bent, kun je best even kijken, maar het is absoluut geen must-see. Alleen doen als je echt een passie hebt voor de geschiedenis van Livingstone.